ONLINE-VERTALING.NL

ONLINE-VERTALING

Priester Johannes of (Latijn: rex et sacerdos of indorum rex; ook wel priester-koning, presbyter of prester Johannes genoemd) was een legendarische middeleeuwse "koning van Indië", die over een groot en machtig christelijk rijk in het oosten van Azië zou heersen. In de tijd van de kruistochten werd de legende van priester Johannes voor waar aangezien, hoewel de priester noch zijn machtige rijk echt heeft bestaan.




Inhoud


1 Ontstaan van de legende
2 De brief van Priester Johannes

2.1 Inhoud


3 Identificatie met de Mongolen
4 Identificatie met Ethiopië
5 Priester Johannes op oude kaarten
6 Het einde van de legende
7 Trivia
8 Bronnen en referenties
9 Externe links





//


Ontstaan van de legende
Waar en wanneer de legende van priester Johannes precies ontstaan is, is niet duidelijk. Verhalen over de christelijke gemeenschap in India (gesticht door de apostel Tomas) en de Assyrische Kerk in Azië kunnen een belangrijke invloed zijn geweest. Een andere invloed kunnen anekdotes van Sint Irenaeus zijn geweest, opgetekend door Eusebius van Caesarea, over de vage figuur Johannes de Presbyter, die de auteur zou zijn van de brieven van Johannes in het Nieuwe Testament.[1] Irenaeus was een leerling van Papias, die weer een discipel van deze Johannes de Presbyter. Behalve de naam heeft deze Johannes echter weinig gemeen met de priester-koning Johannes. [2]
De legende duikt voor het eerst op in de tijd van Paus Calixtus II (1119-1124) [3], als aartsbisschoppen uit India een bezoek brengen aan Constantinopel en een Indiase patriarch een bezoek brengt aan Rome. Deze bezoeken van Tomaschristenen aan het Westen staan niet helemaal vast, alleen indirecte beschrijvingen zijn bewaard gebleven.
In 1144 bracht een zekere Hugo, bisschop van Jabala in Syrië, een bezoek aan paus Eugenius III. Hij meldde dat de moslims (in de vorm van de Seltsjoekse leider Zengi) de stad Edessa heroverd hadden en vroeg de paus een nieuwe kruistocht te organiseren. Hij berichtte ook dat een machtige christelijke koning, genaamd Johannes, vanuit het oosten tegen de moslims oprukte. Koning Johannes zou een nakomeling zijn van de drie wijzen uit het oosten en de Perzische stad Ecbatana al op de moslims hebben veroverd. Zijn rijk zou ergens ten oosten van Armenië en Perzië liggen en hij zou van plan zijn de kruisvaarders in het Heilige Land te ontzetten. Nadat Johannes’ leger door het wassende water van de Tigris was tegengehouden moest hij echter rechtsomkeert maken.
In het gevolg van de paus bevond zich bisschop Otto von Freising, die het verhaal over priester Johannes opnam in zijn Chronica Sive Historia De Duabus Civitatibus (Latijn voor "geschiedenis van de twee rijken", waarmee het Aardse en het Hemelse Rijk bedoeld worden). In dit werk, dat tussen 1143 en 1146 ontstond, sprak Otto von Freising de hoop uit dat de kruisridders een bondgenootschap konden sluiten met priester Johannes, om de strijd tegen de Seltsjoeken in hun voordeel te beslissen.[4][5]
Het door Otto von Freising opgeschreven verhaal lijkt deels gebaseerd op ware gebeurtenissen. In 1141 had Yelü Dashi, leider van het Khanaat van Kara-Kitai, de Seltsjoeken bij Samarkand verslagen. De Seltsjoeken heersten in die tijd over Perzië en waren de belangrijkste macht van de islamitische wereld, maar werden door hun nederlaag ernstig verzwakt. Hoewel Yelü Dashi geen christen was en zeker niet priester Johannes genoemd werd, leefden er in zijn rijk veel Nestoriaanse christenen, wat de legende de wereld in geholpen kan hebben.[6]

De brief van Priester Johannes
In 1165 dook een persoonlijk gerichte brief van priester Johannes aan de Byzantijnse keizer Manuel I op. Wie de auteur van de brief was is nooit duidelijk geworden. Parallele motieven suggereren echter dat de auteur kennis had van de Handelingen van Thomas en de Alexanderroman[7]. Kopieën van de brief werden door Europa verspreid en dit zorgde voor opschudding, omdat men geen reden had te veronderstellen dat priester Johannes niet echt zou bestaan. Paus Alexander III voelde zich om zowel prestigieuze als strategische redenen genoodzaakt een brief aan de priester te schrijven, waarin hij hem voorstelde samen Jeruzalem te bevrijden. Een afgezant van de paus ging in 1177 op weg naar het oosten om de brief te bezorgen, van deze persoon werd echter nooit meer iets vernomen.[8]
Beide brieven, vooral de brief van priester Johannes, werden veelvuldig gekopieerd in de daaropvolgende eeuwen. De oorspronkelijk in het Latijn geschreven brief (epistola presbiteri Johannis) is in meer dan 200 handschriften uit de 12e tot de 17e eeuw bewaard gebleven. Na de uitvinding van de drukpers werd de brief ook afgedrukt, er zijn 14 verschillende gedrukte versies bekend uit 1483 tot 1565. Al deze versies van de brief vertonen nogal wat verschillen, zowel in inhoud als in lengte.

Inhoud
De brief beschrijft het wonderbaarlijke koninkrijk van priester Johannes op gedetailleerde wijze. Johannes schrijft dat zijn rijk zich uitstrekt over de drie Indieën (voor Europeanen was Indië in die tijd een vaag begrip) tot de woestijn van het land waar de Zon opkomt. Behalve olifanten, kamelen en dromedarissen leven er ook fantasiedieren zoals vampiers, gehoornde mensen, faunen, satyrs, pygmeeën, mensen met hondenkoppen, reuzen, cyclopen en de vogel feniks.
Door het rijk van priester Johannes stroomt de rivier Ydonus, die in het paradijs ontspringt, dat aan het land van de Priester grenst. De bedding van de rivier bestaat uit edelstenen en degene die drie maal uit de bron heeft gedronken, wordt onsterfelijk. Elders bevindt zich een zee van zand en stenen. Sommige van deze stenen bezitten de kracht ziekten te genezen. In de woestijn leven wormen, die een huid van zijde hebben waarvan de kleren van Priester Johannes gemaakt worden. Deze stof wordt niet in water, maar in vuur gewassen.
Johannes schrijft dat 72 koningen hem schatplichtig zijn. Zijn leger wordt vooraf gegaan door 13 wagens met gigantische gouden kruizen, achter elke wagen volgen 10.000 ruiters en 100.000 voetvolk.
Het paleis van Johannes, gelegen in de hoofdstad Bibrich, is gemaakt van prachtige materialen. De deuren zijn gemaakt van ivoor, de ramen van kristalglas. De muren en vloeren zijn gemaakt van onyx, het meubilair is van goud en amethist. De slaapkamer van priester Johannes bestaat geheel uit goud en edelstenen, zijn bed is gemaakt van saffier. Vlakbij het paleis bevindt zich een grote spiegel, waar men over 125 treden naartoe kan klimmen. In de spiegel kan priester Johannes alles wat in de 72 provincies van zijn rijk gebeurt volgen zodat hij als er tegen hem wordt samengezworen meteen op de hoogte is.
De brief eindigt met de verklaring waarom Johannes slechts met de nederige titel “priester” wordt aangesproken. In zijn rijk bevinden zich namelijk al zoveel lieden met prachtige en welklinkende titels, dat geen enkele titel zijn macht en rijkdom genoeg zou doen.[9]




De legers van de Mogoolse leider Hulagu Khan verwoestten Bagdad, de hoofdstad van het abbasidische kalifaat, in 1258. De geruchten over de Mongolen die Europa bereikten waren in het begin van de 13e eeuw zo vaag, dat men hen voor de troepen van priester Johannes aanzag.



Identificatie met de Mongolen
In de volgende eeuwen wordt het rijk van priester Johannes nog vaak vermeld. Meerdere keren wordt geprobeerd met de priester in contact te komen door expedities te zenden. In 1221 schrijft de bisschop van Akkon aan paus Honorius III, dat de machtige koning David van India de oorlog tegen de moslims opgevat had. Koning David zou de zoon of kleinzoon van Priester Johannes zijn, en op dat moment Perzië al onderworpen hebben en oprukken naar Bagdad (de hoofdstad van het Abbasidenkalifaat). De bisschop had geruchten over Dzjengis Khan gehoord en bracht hem in verband met de legendarische priester Johannes. In het rijk van Dzjengis Khan, langs de zijderoute in het huidige Syrië, Iran, Centraal-Azië en China, bevonden zich inderdaad gemeenschappen van nestoriaanse christenen, maar hun politieke invloed was gering.
In 1245-1246 zond paus Innocentius IV de franciscaanse monnik Giovanni da Pian del Carpine als afgezand naar de khan van het Mongoolse Rijk. Zijn opdracht was om tegelijkertijd informatie over de priester-koning Johannes te verzamelen. Pian del Carpine bereikte de stad Karakorum, maar kon daar geen informatie over priester Johannes vinden. Hij vermoedde echter dat het rijk van de priester-koning zich in "Indië" bevond, omdat hij gehoord had dat Dzjengis Khan oorlog gevoerd had tegen een christelijke koning in Indië.[10]
Een soortgelijke missie had Willem van Rubroeck in opdracht van koning Lodewijk IX van Frankrijk. Tussen 1253-1255 reisde hij naar het Mongoolse Rijk. Hoewel hij veel informatie over de Mongolen mee terug nam kon ook hij niets over priester Johannes te weten komen. [11]
Nu duidelijk bleek dat Dzjengis Khan niet dezelfde persoon als priester Johannes was, werden een andere kandidaat gevonden in de persoon van Wang Khan, een christelijke koning van de Keraieten. Redelijk betrouwbare bronnen als de ontdekkingsreiziger Marco Polo[12], geschiedschrijver Jean de Joinville,[13] en de fransicaanse missionaris Odoric van Pordenone[14] schilderen een nieuw beeld van priester Johannes, waarin hij een stuk minder machtig was dan hij eerder werd voorgesteld. Joinville beschrijft een "wijze leider" die alle Tartaarse stammen verenigde en priester Johannes versloeg[13].
Marco Polo vermoedde dat het rijk van priester Johannes inmiddels door Dzjengis Khan onderworpen gebied was ten noordoosten van China. Dit gebied werd volgens de Mongolen eerder geregeerd door de Un-Khan, die door Dzjengis Khan werd verslagen in een grote veldslag. Marco Polo noemde dit gebied "Tenduk" en beweerde dat de inwoners grotendeels christenen zijn, en geregeerd worden door een priester-koning, die afstamt van priester Johannes. De oorlog tussen Dzjengis Khan en priester Johannes zou zijn begonnen toen de khan om de hand van de dochter van de priester vroeg. De priester weigerde dit verzoek en in de daarop volgende oorlog werd hij verslagen en onderworpen door Dzjengis Khan[12]. In verhalen als De reizen van Sir John Mandeville[15][16] (1357) en Johannes von Hildesheims Historia Trium Regum[17] (1364) is het realistischere beeld van priester Johannes verdwenen en ligt zijn rijk niet in de Centraal-Aziatische steppen, maar weer in Indië. Wolfram von Eschenbach verbond priester Johannes met de legende van de Heilige Graal in zijn Parzival, waarin de priester de zoon is van de beschermvrouwe van de Graal en de Saraceense ridder Feirefiz.[18] Priester Johannes en zijn rijk komen ook voor in de wereldkroniek van Hartmann Schedel uit 1493, waarin hij als priester-koning van Indië genoemd wordt.[19]




De vroeg 13e eeuwse kerk van Sint Joris (Bete Giyorgis) in Lalibela, Ethiopië. Geruchten over de macht van de christelijke koningen van Ethiopië bereikten in de 15e eeuw Europa, waar Ethiopië geassocieerd werd met het koninkrijk van priester Johannes.



Identificatie met Ethiopië
In de 14e eeuw kwam de legende terug, maar dit keer bevond de priester zich in Afrika. Daar bestond al sinds de vroege middeleeuwen in Ethiopië een christelijke gemeenschap in de rijken van Aksum en Lalibela. De 4e-eeuwse koning Ezana van Aksum had het monofysitistische christendom al tot staatsgodsdienst gemaakt. Door de Arabische verovering van het gebied ten zuiden van de Middellandse Zee raakte Ethiopië geïsoleerd van de Westerse wereld. In het begin van de 13e eeuw bloeide in Ethiopië het christelijke rijk van Lalibela op. Gebieden in het tegenwoordige Somalië en Soedan werden op de moslims heroverd.
In dezelfde tijd vonden de Portugese ontdekkingsreizen plaats om een nieuwe handelsroute naar India te vinden. De Portugezen vingen onder de Arabieren het gerucht op over een groot christelijk rijk in Oost-Afrika, dat onmiddellijk met priester Johannes geïdentificeerd werd. Hoewel priester Johannes de koning van Indië was, vormde dit geen probleem, want zoals gezegd was "Indië" een vaag begrip voor de middeleeuwse Europeanen. Men dacht dat er drie Indiën waren, waarvan Afrika ten zuiden van de Sahara er soms één was[20].
Marco Polo had Ethiopië beschreven als een machtig christelijk rijk[12] en onder Orthodoxe christenen bestond een legende dat de Ethiopiërs op een dag de arabieren zouden verdrijven[21], maar priester Johannes werd niet genoemd. In 1306 arriveerden 13 ambassadeurs van keizer Wedem Arad in Europa, en priester Johannes werd genoemd als een patriarch van de Ethiopische kerk in een verslag van het bezoek[22].
De eerste duidelijke beschrijving van een Afrikaanse priester Johannes was van de Dominicaanse missionaris Jordanus, rond 1329[23]. Over Ethiopië, dat hij "het derde Indië" noemde, schreef Jordanus dat de koning door de Europeanen priester Johannes werd genoemd [24].
In 1487 reisde Pêro da Covilhã (1450 – 1530) in opdracht van de Portugese koning Johan II naar Oost-Afrika op zoek naar priester Johannes. De wetten van de Ethiopiërs schreven echter voor dat vreemdelingen die het land bereikten, het niet meer mochten verlaten. Da Covilhã kon niet terugkeren om verslag te doen, en op dezelfde manier verging het de ontdekkingsreiziger Alfonso de Payva, die via Egypte Ethiopië bereikte. Pas in 1520 lukte het een Portugese expeditie onder leiding van Rodrigo da Lima diplomatiek contact te leggen met keizer Lebna Dengel en met informatie terug te keren. De kapelaan Francisco Álvares (1465 - 1541), die deel uitmaakte van de expeditie, schreef een uitvoerig reisverslag over het "land van priester Johannes van Indië", aan de hand van wat hem in Ethiopië door Da Covilhã verteld was[25]. Da Covilhã zelf was het niet toegestaan met zijn landgenoten mee terug te reizen.




Het rijk van priester Johannes vereenzelvigd met Ethiopië op een 15e eeuwse kaart.


De Ethiopische keizer stond onder de Europeanen al snel bekend onder de naam priester Johannes. Toen ambassaseurs van keizer Zara Yaqob in 1441 aanwezig waren bij de concilie van Bazel, merkten ze tot hun grote verbazing dat de Europeanen erop stonden hun keizer priester Johannes te noemen[26]. Duidelijk was dat de Ethiopiërs zelf niets van priester Johannes wisten tot het moment waarop ze de Europeanen over hem hoorden praten. De Tsjechische franciscaan Remedius Prutky vroeg keizer Iyasus II in 1751 over priester Johannes. Volgens Prutky reageerde de keizer stomverbaasd, hij zei dat de Ethiopische keizers zich nog nooit zo hadden laten noemen.[27]

Priester Johannes op oude kaarten
Tot in de 16e eeuw kwam het rijk van priester Johannes nog in atlassen en op kaarten voor. Voorbeelden zijn:

Op de wereldkaart van Andreas Walsberger uit 1448 is Johannes’ hoofdstad Bibrich als een grote stad ten noorden van Ceylon getekend.
Op een in 1475 in Lübeck gemaakte wereldkaart met Jeruzalem als middelpunt ligt het rijk van priester Johannes ten westen van Baghdad en ten zuiden van Indië.
Op de wereldkaart van Juan de la Cosa uit 1500 ligt het rijk van priester Johannes ten noorden van Ethiopië, ten westen van de Nijl.

In de tijd van de ontdekkingsreizen werden vanuit Europees perspectief steeds meer witte vlekken op de wereldkaart ingekleurd.

Het einde van de legende
Toen 17e- eeuwse geleerden zoals de Duitse orientalist Hiob Ludolf aantoonden dat er in Ethiopië zelf geen connectie bestond tussen priester Johannes en de Ethiopische keizers[28] verdween de mythische koning voorgoed van de kaarten. Desondanks had de legende eeuwenlang de wereldgeschiedenis beïnvloed, door Europese ontdekkingsreizigers, missionarissen, wetenschappers en avonturiers te stimuleren.

Trivia

In de roman Baudolino van Umberto Eco (2001) wordt het tot stand komen van de legende van priester Johannes beschreven.
In de trilogie Memory, Sorrow, and Thorn van fantasyauteur Tad Williams komt priester Johannes voor als heerser over een fictief rijk.


Bronnen en referenties



Bronnen en referenties:



Referenties

↑ (la) Eusebius: Historia Ecclesiastica, boek III, xxxix, 4.
↑ (en) Silverberg, R., 2001: The realm of Prester John, ISBN-10: 1842124099, pp. 35–39.
↑ (en) Silverberg, R., 2001: The realm of Prester John, ISBN-10: 1842124099, pp.29–34.
↑ (en) Halsall, P., 1997: "Otto of Freising: The Legend of Prester John". Online handboek in het Engels.
↑ (en) Silverberg, R., 2001: The realm of Prester John, ISBN-10: 1842124099, pp.3–7
↑ (en) Silverberg, R., 2001: The realm of Prester John, ISBN-10: 1842124099, p. 12–13
↑ (en) Silverberg, R., 2001: The realm of Prester John, ISBN-10: 1842124099, pp. 40–73.
↑ (en) Silverberg, R., 2001: The realm of Prester John, ISBN-10: 1842124099, pp. 58–60
↑ (de) Duitse online vertaling van de brief van priester Johannes
↑ (de) Giovanni da Pian del Carpine: Kunde von den Mongolen (F. Schmiederer, 1997: vertaling in het Duits), p. 65
↑ (en) Silverberg, R., 2001: The realm of Prester John, ISBN-10: 1842124099, p. 86.
↑ 12,0 12,1 12,2 (en) Marco Polo: The Travels (Latham, R., 1958: Engelse vertaling), Penguin Books, New York, ISBN 0-14-044057-7, pp. 93–96.
↑ 13,0 13,1 (en) Shaw, M.R.B., 1963: Chronicles of the Crusades (Engelse vertaling van Jean de Joinville & Geoffrey de Villehardouin), Penguin, New York, ISBN 0-14-044124-7.
↑ (en) Odoric van Pordenone, 1330: The Travels of Friar Odoric (Yule, H. & Chiesa, P., 2001: Engelse vertaling en commentaar), Wm. B. Eerdmans Publishing Company, Grand Rapids, ISBN 0-8028-4963-6.
↑ (en) Halsall, P., 1996: "Mandeville on Prester John".
↑ (en) Mosely, C.W.R.D., 1983: The Travels of Sir John Mandeville, Penguin Books, New York, ISBN 0-14-044435-1, pp. 167–171.
↑ (de) Johannes von Hildesheim, Die Legende von den Heiligen Drei Königen. (Christern, E., 1960: vertaling & redactie), Bachem, Keulen
↑ (de) Wolfram von Eschenbach, ±1205: Parzival, (Kühn, D., 1994: Duitse vertaling), ISBN 3-596-13336-X
↑ (la) Hartmann Schedel, 1493: Registrum huius operis libri cronicarum cu [cum] figuris et imagibus [imaginibus] ab inicio mudi [mundi] (herdruk van de Nürnberger uitgave, 2002), Quantum Books, Ostfildern, ISBN 3-935293-04-6
↑ (en) Silverberg, R., 2001: The realm of Prester John, ISBN-10: 1842124099, pp. 163–164.
↑ (en) Silverberg, R., 2001: The realm of Prester John, ISBN-10: 1842124099, pp. 176–177.
↑ (en) Silverberg, R., 2001: The realm of Prester John, ISBN-10: 1842124099, pp. 164–165.
↑ Jordanus: Mirabilia Descripta, hoofdstuk VI (2).
↑ (en) Silverberg, R., 2001: The realm of Prester John, ISBN-10: 1842124099, pp. 188–189.
↑ (pt) Francisco Álvares, 1540: Verdadeira Informação das Terras do Preste João das Índias
↑ (en) Silverberg, R., 2001: The realm of Prester John, ISBN-10: 1842124099, p. 189.
↑ (en) Arrowsmith-Brown, J.H., 1991: Prutky's Travels in Ethiopia and other Countries, Hakluyt Society, Londen, p. 115.
↑ (la) Ludolf, Hiob, 1681: Historia Aethiopica.

Literatuur

(de) Friedrich Zarncke: Der Priester Johannes, in: Abhandlungen der philologisch-historischen Classe der kgl. sächsischen Akademie der Wissenschaften 7/1879, Seite 827-1030 und 8/1883, Seite 1-186 (Ausgaben des lateinischen und der deutschen Texte)
(de) Bettina Wagner: Die "Epistola presbiteri Johannis": lateinisch und deutsch. Überlieferung, Textgeschichte, Rezeption und Übertragungen im Mittelalter; mit bisher unedierten Texten, (= Münchener Texte und Untersuchungen zur deutschen Literatur des Mittelalters; Band 115), Tübingen 2000 ISBN 3-484-89115-7
(de) Wilhelm Baum: Die Verwandlungen des Mythos vom Reich des Priesterkönigs Johannes. Rom, Byzanz und die Christen des Orients im Mittelalter, Kitab Klagenfurt 1999 ISBN 3-902-00502-5
(en) Lew Nicolai Gumilew: Searches for an Imaginary Kingdom. The Legend of the Kingdom of Prester John, University Press Cambridge 1987
(de) Ulrich Knefelkamp: Die Suche nach dem Reich des Presbyters Johannes, Diss. Freiburg i. Br. 1985
(de) Ulrich Knefelkamp: Der Priesterkönig Johannes und sein Reich -Legende oder Realität, in: Journal of Medieval History 14/1988, Seite 337-355
(de) Bettina Wagner: Die Â»Epistola presbiteri Johannis« lateinisch und deutsch. Überlieferung, Textgeschichte, Rezeption und Übertragungen im Mittelalter. Mit bisher unedierten Texten, (= Münchener Texte und Untersuchungen zur deutschen Literatur des Mittelalters, 115), Tübingen 2000
(de) Udo Friedrich: Zwischen Utopie und Mythos. Der Brief des Priester Johannes, in: Zeitschrift für deutsche Philologie 122, 1/2003, Seite 73-92
(de) Wolbert Smidt: Der Priesterkönig Johannes: Eine Sehnsuchtsfigur, in: Kerstin Volker-Saad – Anna Greve (Hrsg.): Äthiopien und Deutschland. Sehnsucht nach der Ferne. Berlin: Deutscher Kunstverlag 2006, Seite 35-39

Deze domeinnaam kopen of huren? geef hier uw bod